De niet-wederopbouw van Rotterdam

Een ex libris wekt altijd mijn nieuwsgierigheid. In het boek Het diepste punt van Nederland van H.J.A. Hofland heeft ene H.W. Meijnders ooit de moeite genomen om er zelfs twee ex librissen in te plakken. Maar wie was deze H.W. Meijnders en waarom kocht hij juist dit boek? Wellicht was het de titel ­- Het diepste punt van Nederland – die hem intrigeerde. Het diepste punt van Nederland is de geboorteplaats van Arnold Boekestein, de hoofdpersoon van het boek. Elf meter onder de zeespiegel. Zo diep ligt de Prins Alexanderpolder, volgens zijn moeder.

Arnold, die verdacht veel weg heeft van de auteur, beleeft zijn eerste levensjaren aan de rand van Rotterdam, in het overgangsgebied tussen stad en polder. Daardoor krijgen we niet alleen een beschrijving van het weidse polderlandschap, maar ook van het vooroorlogse Rotterdam.

Het bombardement op Rotterdam, waar Arnold als 13-jarige getuige van is, maakt diepe indruk op hem. Een groot gedeelte van zijn jeugd is in één keer weggevaagd. Hij ziet hoe het puin geruimd wordt en er een kale vlakte achterblijft. Niet lang daarna komt hij in aanraking met de Joodse onderduiker Jacques Klein, een antiquair die zijn kostbare verzameling architectuurboeken onderbrengt bij het gezin Boekestein. Tussen de boeken bevindt zich ook de volledige collectie van L’Esprit Nouveau, het tijdschrift van Le Corbusier. Het is Arnolds eerste kennismaking met het werk van de beroemde architect.

Als het Plan Witteveen voor de wederopbouw van Rotterdam ter sprake komt, is Klein niet erg enthousiast. Zolang de bezetting duurt, is het zinloos om plannen te maken, vindt hij. Arnold heeft zich ondertussen in het werk van Le Corbusier verdiept en besluit alles wat hem bevalt na te tekenen en in te binden tot HET BOEK VAN LE CORBUSIER. Wanneer hij op het Plan Voisin stuit, een ontwerp voor een nieuwe stad in het centrum van Parijs, krijgt hij ook zijn bedenkingen over het Plan Witteveen voor de herbouw van Rotterdam. Dat moet anders, en Arnold besluit zelf een ontwerp te maken voor de stad: het Plan Boekestein. Hij laat zich daarvoor uiteraard inspireren door Le Corbusier. Het Plan Witteveen was behoudend, maar Le Corbusier was op de toekomst gericht en bracht een nieuw elan.

Na de oorlog is Arnold teleurgesteld dat de wederopbouw van Rotterdam niet van de grond komt en de strijd in Indonesië meer prioriteit krijgt. Hij laat het Plan Boekestein rusten. Na zijn middelbare school gaat hij enige tijd naar Parijs. Daar maakt hij kennis met het werk van Sartre en leert hij hoe het is om onbevangen en met lef in het leven te staan. Terug in Nederland vat Arnold het plan op een boek te maken met de titel: EEN FENOMENOLOGIE VAN DE KAALHEID, waarin hij het uitblijven van de wederopbouw in een filosofisch kader plaatst. Het wordt uiteindelijk een manifest tegen de kaalheid en de lafheid van het uitblijven van de wederopbouw.

Schets van H.J.A. Hofland van het Groothandelsgebouw in aanbouw

Ondanks zijn teleurstelling over de trage ontwikkeling waarmee de wederopbouw van de stad op gang komt, gloort op de laatste bladzij van het boek toch enige hoop als hij het betonskelet van het Groothandelsgebouw ziet verrijzen. Hij maakt een schets, werkt die verder uit. ‘Wel of niet mooi, het was groot, het was vervaarlijk, het was gedurfd, het was niet laf. Eindelijk, eindelijk werd er iets gedurfd.’

Of H.W. Meijnders deze periode ook zo heeft ervaren, weten we natuurlijk niet. Maar het zou kunnen, want een klein onderzoek leert dat ook hij vóór de Tweede Wereldoorlog is geboren, twee jaar na Hofland, de auteur van het boek. Hij moet dus vergelijkbare herinneringen hebben gehad aan het bombardement en het puin. Ik ga er daarom maar vanuit dat dát de reden was dat Meijnders dit boek ooit heeft gekocht en er zelfs twee ex librissen in plakte.

Boekgegevens

Het diepste punt van Nederland

H.J.A. Hofland

De Bezige Bij, Amsterdam, 1993

ISBN 9023433378

gevonden in: kringloopwinkel Het Goed Rotterdam